Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word waslijn

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
waslijn
(drooglijn)
clothes‐line
;
washing line
(koord; snoer; touw); ;
🔗 Zes mannen begonnen aan de lijn te trekken om hem uit het water te hijsen.
(spoeling; wassing)
washing
🔗 Was is duur.
(opgang; opkomst)
(hausse; stijging)
🔗 Door de nog steeds aanhoudende was der grote rivieren begint men nu, wat Nijmegen en omgeving betreft, op verschillende plaatsen ernstige hinder en schade te ondervinden.
lesivi
(was‐)
🔗 Volgens de regering zijn meer dan zeshonderdduizend mensen getroffen door het wassende water.
(uitwassen; ómspoelen; afwassen);
🔗 Ze wastte haar lange, donkere haar.
(opgaan; rijzen; stijgen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan)
(aanwassen; groeien; toenemen);
🔗 De oude maan verdween en een nieuwe maan wies en nam af in de wereld daarbuiten, terwijl wij daar vertoefden.
(mengen; mêleren)
shuffle

DutchEnglish
waslijn clothes‐line; washing line
lijn alignement; lead; leash; line; score; cord; rope
was beeswax; growth; laundry; linen; wax; wash; washing; rise
wassen be on the increase; grow; increase; launder; lave; pan off; pan out; wash; wax; waxen; wash down; washing; shuffle; rise; wash up