Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word waag

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
waag
(balans; weegschaal)
balance
waag
(risico)
(durven; wagen);
🔗 Ze waagden het langzaam verder te lopen.
🔗 Daar moet u zich niet in wagen!
(zich vermeten)
🔗 Tom Poes waagde het niet om zijn vriend opnieuw te storen.
(op het spel zetten)
gamble with
🔗 Hij bleef een paar minuten naar de Arabieren staren maar toen ze zich niet bewogen, besloot hij een kans te wagen.
(op het spel zetten; riskeren; in de waagschaal stellen)
hazard
; ;
🔗 Ik besefte wat ik waagde.

DutchEnglish
waag⇆ balance; ⇆ risky thing; ⇆ venture; ⇆ weigh‐house; ⇆ weighing‐house
het wagen⇆ dare; ⇆ venture
zich wagen⇆ venture
stadswaag⇆ town weighing‐house
waagmeester⇆ weigh‐master
waagstuk⇆ adventure; ⇆ enterprise; ⇆ venture; ⇆ risky undertaking; ⇆ piece of daring
wagen⇆ adventure; ⇆ car; ⇆ carriage; ⇆ cart; ⇆ chance; ⇆ hazard; ⇆ risk; ⇆ truck; ⇆ van; ⇆ venture; ⇆ waggon; ⇆ dare; ⇆ vehicle; ⇆ coach