Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word vergemakkelijken

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(verlichten; faciliëren)
🔗 Misschien kan dit boekje de keuze vergemakkelijken.
(verlichten);
make easy
(vlot)
effortless
senpena
🔗 Het leven van een heer is niet gemakkelijk.
(vlot)
senpene
(licht; makkelijk; vlot); ;
(met gemak; makkelijk; licht; vlot); ;
🔗 En jij hebt gemakkelijk praten.
(geschikt);
(comfortabel; gerieflijk; geriefelijk; lui);
🔗 Aan beide kanten stonden gemakkelijke stoelen.
vergemakkelijking
(verlichting)

DutchEnglish
vergemakkelijken facilitate; facilitation; make easier; make easy
gemakkelijk comfortable; comfy; convenient; easily; easy; facile; light; lightly; plummy; readily; ready; commodious; at one’s ease; with ease; conveniently; comfortably; handily
vergemakkelijking facilitation; simplification