Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word stijgend

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
stijgend
leviĝanta
(opgaan; rijzen; wassen; oprijzen; opstijgen; zich verheffen; de hoogte in gaan);
go up
;
🔗 Het water in de rivier stijgt snel.
(rijzen);
go up
;
increase
;
🔗 Nog steeds steeg het water.
(groeien; aangroeien; toenemen)
increase
;
🔗 De volgende dag steeg Bonds opwinding.
(oplopen);
🔗 Men beginne met twee‐ of driemaal daags 0,5 mg, en stijge tot een voldoende vermindering van de afscheiding is verkregen.
;

DutchEnglish
stijgend upward
stijgen advance; appreciate; ascend; be in the ascendant; climb; go up; increase; look up; mount; mount up; rise; be on the rise; rising; be on the upgrade