Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word snijpunt

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
;
🔗 Zo zijn er scholen die eindcijfers met één punt ophogen.
(piek)
🔗 De punt van het mes prikte in de huid van zijn keel.
(oog; stip); ;
full stop
;
🔗 Laat men de cirkel terugwentelen, dan komt het punt P in O.
;
🔗 Ik heb hierin de belangrijkste punten genoteerd.
🔗 De beschadigde kruisers hadden een punt op 500 mijl ten westen van Midway bereikt toen de eerste golf vijandelijke machines, opgestegen van vliegdekschepen, toesloeg.
castrate
;
🔗 Hij moet gedood worden, of gesneden.
(afzetten)
fleece
tropagigi
castration
🔗 Met name het ondeskundig snijden van die veulens kon bij mij niet door de beugel.
;
🔗 De regering in het VK snijdt diep in de uitgaven.
(slijpen)
🔗 Soms gingen ze eropuit om nog meer te stelen en als ze dan terugkwamen, moest hij de stenen opnieuw snijden, om ze onherkenbaar te maken.
;
🔗 Moeder, snij nog een boterham voor hem.
(dóórsnijden)
🔗 Voordat dokter Rusteloos gaat snijden, laat je de makelaar het lijk van Vlindertje zien.

DutchEnglish
snijpunt intersection; point of intersection
punt apex; chapter; corner; count; cusp; dot; fluke; full stop; head; issue; item; mark; neb; nib; nub; particular; peak; period; point; post; prick; prong; spike; toe; wedge; spire; up; top
snijden capon; carve; cut; cut up; cutting; finesse; gash; intersect; snick; snip; trench; whittle; scission; slash; slice; cut in; fleece