Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word slikken

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(inslikken; doorslikken; slokken)
🔗 Bond slikte twee tabletjes en spoelde zijn mond.
(slikken; inslikken; slokken)
🔗 Nadat hij met inspanning een hap erwten had doorgeslikt, verzocht hij zijn gastheer hem iets te drinken te geven.
(slikken; doorslikken; slokken)
(slijk; modder; slib)
sludge
; ;
🔗 Tot zijn eigen verbazing bleven, toen het slik was weggespoeld, twee schubben op de bodem van de zeef achter.

DutchEnglish
slikken bolt; gulp; gulp down; lump; pocket; sit down under; stomach; swallow
dat slik ik niet I’m not having this
het slikken lump it; stick it
iets voor zoete koek slikken swallow something; take something for gospel; take something as gospel
doorslikken bolt; swallow; swallow down
inslikken slur; choke back; gorge; gulp; gulp down; ingurgitate; swallow
slik sludge; gulp; mire; ooze; swallow; mud; dirt