Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word slaper

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
🔗 De ademhaling van de slapers was duidelijk te horen.
female sleeper
🔗 Hoewel Wiebel een gezonde slaapster was, ontwaakte ze bijzonder snel.
(maffen; pitten)
be asleep
;
🔗 Had hij dan al die tijd geslapen?
🔗 Op het Oostrussische schiereiland Kamčatka is een vulkaan uitgebarsten die al eeuwen een slapend bestaan leidde.
🔗 Gij weet dat de sultan bij zijn ziel gezworen heeft slechts eenmaal met dezelfde vrouw te slapen en haar de volgende dag het leven te laten benemen, en wilt ge nu dat ik hem voorstel met u te trouwen?
(eikelmuis)
garden dormouse

DutchEnglish
slaper guest; guest for the night; sleeper
langslaper lie‐abed
slaapster sleeper; female sleeper
slapen doss; kip; lie; sleep; have a sleep; be asleep
tuinslaper garden dormouse