Dutch–English dictionary

English translation of the Dutch word goedmaken

Dutch → English
  
DutchEnglish (translated indirectly)Esperanto
(compenseren; vergoeden)
redress
;
atone
🔗 Kom mee naar het prieel, dan zal ik het weer goedmaken.
goed maken
(beter maken)
;
mend
;
set right
;
put right
(landgoed; bezitting);
🔗 „Mag ik vragen”, zeide ik, „of dit goed niet toebehoort aan de heer Blaek van Amsterdam?”
(goede)
(akkoord; in orde; okee)
konsentite
(juist; zuiver);
(bezitting; eigendom)
possession
;
property
🔗 Iedere dag riskeren ze hun leven om het leven en goed van anderen te beschermen.
(kleding; kleren; kledij)
(okee; in orde); ; ;
🔗 Het is een goed boek.
(wel); ;
🔗 Bekijk deze foto’s eens goed.
(juist); ;
🔗 Je hebt dus een goed paard nodig.
🔗 Dan heb ik een beter voorstel.
(recht; juist)
🔗 Ik weet niet zeker of ik aan het goede adres ben.
(stof)
material
🔗 Daar trof ze haar vader, die bij de tafel stond en keurend zijn oog liet gaan over een pas geweven stuk goed.
(doen ontstaan; formeren; opleveren; instellen; opwekken; in het leven roepen)
🔗 Ik maakte geen vuur.
(doen; laten)
🔗 Dat maakte dat hij zich iets beter voelde.
(scheppen);
(uitvoeren; vervaardigen; nemen);
🔗 Hoe wordt een bronzen beeld gemaakt?
(creëren; scheppen)
🔗 Ook de andere schilderijen die hier hangen, zijn niet in Londen gemaakt.
(herstellen; repareren; verstellen);
repair
;
(vervaardiging; doen)
making
🔗 Heer Bommel was in zijn gemakkelijke stoel gaan zitten om rustig over het maken van een atoombom te kunnen nadenken.
;
🔗 We moeten van de nood een deugd maken.
(uitvoeren; doen; begaan; uitrichten; verrichten; uithalen);
🔗 Ten eerste moeten wij een keus maken.
(aanmaken)
🔗 Je moet voor mij een robot maken.

DutchEnglish
goedmaken⇆ atone; ⇆ compensate for; ⇆ make good; ⇆ make up for; ⇆ offset; ⇆ put right; ⇆ recoup; ⇆ recover; ⇆ redress; ⇆ repair; ⇆ set off
goed⇆ aright; ⇆ asset; ⇆ blue‐chip; ⇆ chattel; ⇆ commodity; ⇆ correct; ⇆ effects; ⇆ estate; ⇆ fine; ⇆ fitly; ⇆ gear; ⇆ good; ⇆ kind; ⇆ kindly; ⇆ okay; ⇆ proper; ⇆ properly; ⇆ property; ⇆ well; ⇆ right; ⇆ all right; ⇆ rightly; ⇆ sound; ⇆ ware; ⇆ strong; ⇆ stuff; ⇆ things; ⇆ goodly; ⇆ round; ⇆ full; ⇆ clothes; ⇆ luggage; ⇆ wares; ⇆ goods; ⇆ possession; ⇆ material; ⇆ wear
maken⇆ repair; ⇆ fix; ⇆ amount to; ⇆ build; ⇆ coin; ⇆ coinage; ⇆ compose; ⇆ confect; ⇆ confection; ⇆ constitute; ⇆ construct; ⇆ create; ⇆ do; ⇆ draw; ⇆ fabricate; ⇆ form; ⇆ get up; ⇆ give; ⇆ make; ⇆ making; ⇆ manufacture; ⇆ take; ⇆ mend; ⇆ offer; ⇆ pass off; ⇆ produce; ⇆ raise; ⇆ realize; ⇆ render; ⇆ score; ⇆ send; ⇆ shape; ⇆ tailor; ⇆ turn; ⇆ volunteer; ⇆ drive