Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa zwijnen

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(aan de rol zijn; brassen; boemelen; slempen; uitspatten)
ir de juerga
zwijnen
(boffen; geluk hebben; het treffen)
tener suerte
esti bonŝanca
jabalí
🔗 Dat hier zwijnen zitten, is wel duidelijk.
ganga
;
provecho inesperado
calavera
;
disoluto
;
libertino
(varken)
cerdo
;
🔗 Het is dus een gewoon zwijn.