Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa weggaan

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(opstappen)
arrancar
;
partir
;
salir
(afgaan; vertrekken; zich verwijderen; heengaan; ophoepelen; opstappen; ervandoor gaan)
ausentarse
;
irse
🔗 Om vier uur gaan we weg.
(gang; loop; verloop)
curso
;
desarrollo
🔗 Het gaan werd moeilijker.
ir
🔗 Ik ging door de steeg aan den achterkant en klom over den muur, zodat ik op het terrein van het kasteel terecht kwam.
(overgaan)
tocar
🔗 Opnieuw ging de gong.
(rijden)
ir
;
ir en vehículo
(begaan)
montar
🔗 Maar om de rechtsstaat te herstellen en de overige EU‐miljarden te krijgen zal Polen onder Tusk een lange weg te gaan hebben.