Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa wegenwachter

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
wegenwachter
(cikorei; wilde cichorei)
achicoria amarga
;
achicoria común
;
radicheta
(bewaarder; bewaker; hoeder; wacht)
guarda
🔗 Er liepen ook een paar wachters tussen de struiken in de buurt van het pad.
(heen; voort; verwijderd; henen; uit)
fuera
;
lejos
medio
;
recurso
camino
;
vía
🔗 President Trump baande zich een weg naar de kerk.