Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa spijt

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
spijt hebben van
(betreuren)
deplorar
;
lamentar
ten spijte van
(niettegenstaande; ondanks; trots)
ten spijte van
(in weerwil van; niettegenstaande; ondanks; trots)
a despecho de
es una lástima
🔗 En nu moet ik u tot mijn spijt alleen laten.
es una lástima
🔗 Wat spijtig dat ge hier zijt opgesloten!

neerlandésespañolinglés
spijta pesar dein spite of
spijta pesar denotwithstanding