Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa nijdig

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
(boos; kwaad; toornig; verstoord; vertoornd; gramstorig; vergramd; verbolgen)
enfadado
;
enojado
🔗 Gench keek nijdig en beet op zijn lip.
(woedend; woest)
torcido
🔗 Lange Willem was spinnijdig en Harry en het Neussie begrepen dat ze iets moesten toegeven.