Diccionario neerlandés–español

Traducción española de la palabra neerlandesa hefboom

neerlandés → español
  
neerlandésespañol (traducido indirectamente)esperanto
palanca
árbol
🔗 Bomen of banken stonden er niet.
(vaarboom)
bichero
(baar; paal; schacht; spijl; stang; staaf; schaft)
barra
;
vara
🔗 Hij zag de rood‐witte bomen al.
(beuren; ophalen; tillen; opheffen; opnemen; optillen; oplichten; lichten; omhoogheffen)
alzar
;
levantar
🔗 De edelman stond op en hief zijn lorgon.
exigir
🔗 De gemeente Herzele heft een belasting op de uitbating van een dancing.