D'Konjugatioun vum Nederlânske Verb spijten

Onregelméisseg Forme ginn an rout gedréckt.
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(het) spijt(het) speet
Aanvoegende wijs
Tegenwoordige tijdVerleden tijd
(het) spijte(dat het) spete
Verleden deelwoord
(heeft) gespeten