Synonymer: hol, holte, krocht, spelonk
| Del av tal | common noun |
|---|
| Uttal | /ɣrɔt/ |
|---|
| Avstavning | grot |
|---|
| Genus | historiskt femininum, numera också maskulinum |
|---|
| Plural | grotten |
|---|
| Diminutiv |
|---|
| Singular | Plural |
|---|
| grotje | grotjes |
Omdat we wisten dat een aanval van de boom uit nu onwaarschijnlijk was, besloten we de grot te onderzoeken.
Allen haastten zich in de richting van de grotten.
Zij stonden aan de ingang van een uitgestrekte grot.
Hij sloop verder en verder en kwam steeds dieper in de grot.
We kunnen beter de grot in gaan.