Information om ordet voorstellen (nederländska → esperanto: prezenti)

Synonymer: indienen, presenteren, vertonen, aanbieden, bieden, doen, voorzetten, brengen, inbrengen, offreren, voorschotelen, voorleggen

Del av talverb
Uttal/ˈvorstɛlə(n)/
Avstavningvoor·stel·len

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) stel voor(ik) stelde voor
(jij) stelt voor(jij) stelde voor
(hij) stelt voor(hij) stelde voor
(wij) stellen voor(wij) stelden voor
(jullie) stellen voor(jullie) stelden voor
(gij) stelt voor(gij) steldet voor
(zij) stellen voor(zij) stelden voor
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) voorstelle(dat ik) voorstelde
(dat jij) voorstelle(dat jij) voorstelde
(dat hij) voorstelle(dat hij) voorstelde
(dat wij) voorstellen(dat wij) voorstelden
(dat jullie) voorstellen(dat jullie) voorstelden
(dat gij) voorstellet(dat gij) voorsteldet
(dat zij) voorstellen(dat zij) voorstelden
Imperativ
Singular/PluralPlural
stel voorstelt voor
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
voorstellend, voorstellende(hebben) voorgesteld

Användningsexempel

Jullie moeten allemaal heel beleefd zijn wanneer ik jullie voorstel.
Roger, waarom stel je onze gast niet voor aan meneer Gonzalo, die zoals gewoonlijk weer te laat is?
Deze officier stelde hen aan elkaar voor.
Ik had niets meer te doen dan mij aan mijn medewerkers voor te stellen, die in de woning van de hoofdingenieur op mij wachtten.
Mag ik mij voorstellen?
Een ogenblik later werd Stephens voorgesteld aan een kleine, stevig gebouwde man.

Översättningar

afrikaansoptree; aanbied
danska2forestille; præsentere; servere; udføre
engelskaintroduce; present; represent
esperantoprezenti
finskaesittää
franskaoffrir; présenter
färöiskakunna; vísa; bera fram; nevna
isländskakynna
italienskapresentare
katalanskapresentar
lågtyskapresenteren; vöärstellen
norskapresentere
papiamentopresentá
polskaprzedstawiać
portugisiskaapresentar; oferecer
rumänskaintroduce; prezenta
saterfrisiskaapfiere; bjoode; anbjoode; deerstaale; foarstaale
spanskapresentar; representar; retratar
svenskapresentera
thailändskaแนะนำ; ยื่น; ถวาย
tyskaaufführen; bieten; anbieten; darstellen; vorstellen; präsentieren; sich bieten
västfrisiskaoanbiede; ôfbyldzje; biede; bringe; dwaan