Information om ordet oordelen (nederländska → esperanto: juĝi)

Synonymer: berechten, vonnissen

Del av talverb
Uttal/ˈoːrdelə(n)/
Avstavningoor·de·len

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) oordeel(ik) oordeelde
(jij) oordeelt(jij) oordeelde
(hij) oordeelt(hij) oordeelde
(wij) oordelen(wij) oordeelden
(jullie) oordelen(jullie) oordeelden
(gij) oordeelt(gij) oordeeldet
(zij) oordelen(zij) oordeelden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) oordele(dat ik) oordeelde
(dat jij) oordele(dat jij) oordeelde
(dat hij) oordele(dat hij) oordeelde
(dat wij) oordelen(dat wij) oordeelden
(dat jullie) oordelen(dat jullie) oordeelden
(dat gij) oordelet(dat gij) oordeeldet
(dat zij) oordelen(dat zij) oordeelden
Imperativ
Singular/PluralPlural
oordeeloordeelt
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
oordelend, oordelende(hebben) geoordeeld

Användningsexempel

„De rechtbank heeft geoordeeld zonder kennis te hebben genomen van het achterliggende dossier, terwijl de AIVD de rechtbank deze mogelijkheid nadrukkelijk heeft aangeboden”, aldus de inlichtingendienst.
In 2022 oordeelde ook de Nederlandse rechter dat Rusland achter het neerhalen van MH17 zat.

Översättningar

danska2dømme
engelskajudge; adjudge
engelska (fornengelska)deman
esperantojuĝi
finskatuomita
franskajuger
färöiskadøma
katalanskajutjar
latincensere; iudicare
papiamentohusga; huzga
portugisiskajulgar
saterfrisiskagjuchte; uurdeelje; beuurdeelje
spanskajuzgar
svenskadöma
tjeckiskaposuzovat; soudit
tyskarichten; urteilen; beurteilen; aburteilen
västfrisiskaoardielje