Information om ordet aannemen (nederländska → esperanto: aprobi)

Synonymer: billijken, goedkeuren

Del av talverb
Uttal/ˈanemə(n)/
Avstavningaan·ne·men

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) neem aan(ik) nam aan
(jij) neemt aan(jij) nam aan
(hij) neemt aan(hij) nam aan
(wij) nemen aan(wij) namen aan
(jullie) nemen aan(jullie) namen aan
(gij) neemt aan(gij) naamt aan
(zij) nemen aan(zij) namen aan
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) aanneme(dat ik) aanname
(dat jij) aanneme(dat jij) aanname
(dat hij) aanneme(dat hij) aanname
(dat wij) aannemen(dat wij) aannamen
(dat jullie) aannemen(dat jullie) aannamen
(dat gij) aannemet(dat gij) aannamet
(dat zij) aannemen(dat zij) aannamen
Imperativ
Singular/PluralPlural
neem aanneemt aan
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
aannemend, aannemende(hebben) aangenomen

Översättningar

afrikaansgoedkeur
danska2godkende
engelskapass
esperantoaprobi
finskahyväksyä
franskaapprouver; donner son accord
färöiskagóðkenna; viðurkenna
italienskaapprovare
katalanskaaprovar
latinapprobare
papiamentoaprobá
portugisiskaaplaudir; aprovar; assentir; deferir
ryskaодобрять
saterfrisiskaapprobierje; billigje; geneemigje; goudheete
spanskaaprobar
svenskagodkänna
turkiskabeğenmek
tyskaapprobieren; billigen; genehmigen; gutheißen; autorisieren; zustimmen
västfrisiskagoedkarre