Information om ordet voorleggen (nederländska → esperanto: prezenti)

Synonymer: indienen, presenteren, vertonen, voorstellen, aanbieden, bieden, doen, voorzetten, brengen, inbrengen, offreren, voorschotelen

Del av talverb
Uttal/ˈvoːrlɛɣə(n)/
Avstavningvoor·leg·gen

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) leg voor(ik) legde voor
(jij) legt voor(jij) legde voor
(hij) legt voor(hij) legde voor
(wij) leggen voor(wij) legden voor
(jullie) leggen voor(jullie) legden voor
(gij) legt voor(gij) legdet voor
(zij) leggen voor(zij) legden voor
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) voorlegge(dat ik) voorlegde
(dat jij) voorlegge(dat jij) voorlegde
(dat hij) voorlegge(dat hij) voorlegde
(dat wij) voorleggen(dat wij) voorlegden
(dat jullie) voorleggen(dat jullie) voorlegden
(dat gij) voorlegget(dat gij) voorlegdet
(dat zij) voorleggen(dat zij) voorlegden
Imperativ
Singular/PluralPlural
leg voorlegt voor
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
voorleggend, voorleggende(hebben) voorgelegd

Användningsexempel

Ik vind deze eisen niet te hoog en zal ze aan hen voorleggen.
Als de Griekse regering drie maanden geleden had aangekondigd het pakket voor te willen leggen aan het Griekse volk, had D66 daar begrip voor gehad.
De zesde juni 1939 liep ik bij John Cambell, redacteur van Astounding Science Fiction, binnen om te vragen of hij al tot een besluit gekomen was over een verhaal van me dat ik hem een week eerder voorgelegd had.

Översättningar

afrikaansoptree; aanbied
danska2forestille; præsentere; servere; udføre
engelskapresent
esperantoprezenti
finskaesittää
franskaoffrir; présenter
färöiskakunna; vísa; bera fram; nevna
isländskakynna
italienskapresentare
katalanskapresentar
lågtyskapresenteren; vöärstellen
norskapresentere
papiamentopresentá
polskaprzedstawiać
portugisiskaapresentar; oferecer
rumänskaintroduce; prezenta
saterfrisiskaapfiere; bjoode; anbjoode; deerstaale; foarstaale
spanskapresentar; representar; retratar
svenskapresentera
thailändskaแนะนำ; ยื่น; ถวาย
tyskaaufführen; bieten; anbieten; darstellen; vorstellen; präsentieren; sich bieten
västfrisiskaoanbiede; ôfbyldzje; biede; bringe; dwaan