Information om ordet afwijken (nederländska → esperanto: dekliniĝi)

Del av talverb
Uttal/ˈɑfʋɛɪ̯kə(n)/
Avstavningaf·wij·ken

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) wijk af(ik) week af
(jij) wijkt af(jij) week af
(hij) wijkt af(hij) week af
(wij) wijken af(wij) weken af
(jullie) wijken af(jullie) weken af
(gij) wijkt af(gij) weekt af
(zij) wijken af(zij) weken af
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) afwijke(dat ik) afweke
(dat jij) afwijke(dat jij) afweke
(dat hij) afwijke(dat hij) afweke
(dat wij) afwijken(dat wij) afweken
(dat jullie) afwijken(dat jullie) afweken
(dat gij) afwijket(dat gij) afweket
(dat zij) afwijken(dat zij) afweken
Imperativ
Singular/PluralPlural
wijk afwijkt af
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
afwijkend, afwijkende(zijn) afgeweken

Användningsexempel

Ja, door een huwelijkscontract op te stellen kan men van de regels afwijken.

Översättningar

esperantodekliniĝi