Information om ordet noemen (nederländska → esperanto: citi)

Synonym: aanhalen

Del av talverb
Uttal/ˈnumə(n)/
Avstavningnoe·men

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) noem(ik) noemde
(jij) noemt(jij) noemde
(hij) noemt(hij) noemde
(wij) noemen(wij) noemden
(jullie) noemen(jullie) noemden
(gij) noemt(gij) noemdet
(zij) noemen(zij) noemden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) noeme(dat ik) noemde
(dat jij) noeme(dat jij) noemde
(dat hij) noeme(dat hij) noemde
(dat wij) noemen(dat wij) noemden
(dat jullie) noemen(dat jullie) noemden
(dat gij) noemet(dat gij) noemdet
(dat zij) noemen(dat zij) noemden
Imperativ
Singular/PluralPlural
noemnoemt
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
noemend, noemende(hebben) genoemd

Användningsexempel

Een van mijn vrienden, wiens naam ik niet mag noemen, kent ene meneer Michalowski heel goed.
Welke redenen noemen zij?
Noem van elke groep ten minste twee stoffen.

Översättningar

afrikaansaanhaal
engelskaname; cite
esperantociti
västfrisiskaoanhelje