Synonymer: nodig hebben, hoeven, behoeven, benodigen
| Del av tal | unknown part of speech |
|---|
| Uttal | /vɑˈnodəɦɛbə(n)/ |
|---|
| Avstavning | van no·de heb·ben |
|---|
Doch toen hun blikken elkaar ontmoetten, had hij geen raadsels meer van node en kuste haar.
Ik zou je op dit moment eigenlijk moeten doden, maar we hebben je kennis nog van node.