Information om ordet bezetten (nederländska → esperanto: ekokupi)

Synonymer: innemen, vermeesteren, zich meester maken van

Del av talverb
Uttal/bəˈzɛtə(n)/
Avstavningbe·zet·ten

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) bezet(ik) bezette
(jij) bezet(jij) bezette
(hij) bezet(hij) bezette
(wij) bezetten(wij) bezetten
(jullie) bezetten(jullie) bezetten
(gij) bezet(gij) bezettet
(zij) bezetten(zij) bezetten
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) bezette(dat ik) bezette
(dat jij) bezette(dat jij) bezette
(dat hij) bezette(dat hij) bezette
(dat wij) bezetten(dat wij) bezetten
(dat jullie) bezetten(dat jullie) bezetten
(dat gij) bezettet(dat gij) bezettet
(dat zij) bezetten(dat zij) bezetten
Imperativ
Singular/PluralPlural
bezetbezet
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
bezettend, bezettende(hebben) bezet

Användningsexempel

Front‐de‐Boeuf keek ook naar buiten, greep zijn hoorn, blies krachtig en beval zijn mannen hun plaats op de muren te bezetten.
Cherson geldt ook als een strategisch belangrijk punt voor de Krim, een gebied dat in 2014 door Rusland werd bezet.
China bezette Tibet in de jaren ’50 en regeert sindsdien met harde hand.

Översättningar

afrikaansinneem; beset
engelskacapture
engelska (fornengelska)abrecan
esperantoekokupi; okupi
tyskaantreten; einfallen; einrücken; sich bemächtigen; besetzen