Information om ordet noemen (nederländska → esperanto: nomi)

Synonymer: heten, bestempelen als, uitmaken voor

Del av talverb
Uttal/ˈnumə(n)/
Avstavningnoe·men

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) noem(ik) noemde
(jij) noemt(jij) noemde
(hij) noemt(hij) noemde
(wij) noemen(wij) noemden
(jullie) noemen(jullie) noemden
(gij) noemt(gij) noemdet
(zij) noemen(zij) noemden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) noeme(dat ik) noemde
(dat jij) noeme(dat jij) noemde
(dat hij) noeme(dat hij) noemde
(dat wij) noemen(dat wij) noemden
(dat jullie) noemen(dat jullie) noemden
(dat gij) noemet(dat gij) noemdet
(dat zij) noemen(dat zij) noemden
Imperativ
Singular/PluralPlural
noemnoemt
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
noemend, noemende(hebben) genoemd

Användningsexempel

Ik ben er trots op je mijn kameraad te mogen noemen.
U hebt me een pad genoemd, zonder moed.
Een broer van de agent die aan de gevolgen van het geweld overleed noemt Trump „puur slecht”.
De Noordkoreaanse leider Gim Jeong‐eun noemt de corona‐uitbraak in zijn land „een grote ramp”.
In een partijverklaring noemt de DA de regering een „useful idiot”.
De maatregel van Rusland is opvallend te noemen, want Moskou probeert juist te voorkomen dat gewone Russen in hun dagelijks leven iets merken van de oorlog.

Översättningar

afrikaansnoem
engelskacall; label; label as
esperantonomi
lågtyskanöämen
saterfrisiskanamme