Information om ordet kennen (nederländska → esperanto: koni)

Del av talverb
Uttal/ˈkɛnə(n)/
Avstavningken·nen

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) ken(ik) kende
(jij) kent(jij) kende
(hij) kent(hij) kende
(wij) kennen(wij) kenden
(jullie) kennen(jullie) kenden
(gij) kent(gij) kendet
(zij) kennen(zij) kenden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) kenne(dat ik) kende
(dat jij) kenne(dat jij) kende
(dat hij) kenne(dat hij) kende
(dat wij) kennen(dat wij) kenden
(dat jullie) kennen(dat jullie) kenden
(dat gij) kennet(dat gij) kendet
(dat zij) kennen(dat zij) kenden
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
kennend, kennende(hebben) gekend

Användningsexempel

Kent u een van deze tovenaars?
Hoeveel mensen ken je die klagen dat het niet goed gaat?
En hoelang ken je Goldman al?

Översättningar

afrikaansken
engelskaknow
esperantokoni
lågtyskakennen
papiamentokonosé
tyskakennen