Information om ordet spelen (nederländska → esperanto: ludi)

Del av talverb
Uttal/spelə(n)/
Avstavningspe·len

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) speel(ik) speelde
(jij) speelt(jij) speelde
(hij) speelt(hij) speelde
(wij) spelen(wij) speelden
(jullie) spelen(jullie) speelden
(gij) speelt(gij) speeldet
(zij) spelen(zij) speelden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) spele(dat ik) speelde
(dat jij) spele(dat jij) speelde
(dat hij) spele(dat hij) speelde
(dat wij) spelen(dat wij) speelden
(dat jullie) spelen(dat jullie) speelden
(dat gij) spelet(dat gij) speeldet
(dat zij) spelen(dat zij) speelden
Imperativ
Singular/PluralPlural
speelspeelt
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
spelend, spelende(hebben) gespeeld

Användningsexempel

Dit is niet een plaats om te spelen.

Översättningar

afrikaansspeel
engelskaplay
esperantoludi
italienskagiocare
patwaplie
ryskaиграть
västfrisiskaboartsje