Information om ordet intimideren (nederländska → esperanto: timigi)

Synonymer: bang maken, beangstigen, verschrikken, vrees aanjagen, angst aanjagen, bangmaken

Del av talverb
Uttal/ɪntimiˈdeːrə(n)/
Avstavningin·ti·mi·de·ren

Konjugation

Indikativ
PresensDåtid
(ik) intimideer(ik) intimideerde
(jij) intimideert(jij) intimideerde
(hij) intimideert(hij) intimideerde
(wij) intimideren(wij) intimideerden
(jullie) intimideren(jullie) intimideerden
(gij) intimideert(gij) intimideerdet
(zij) intimideren(zij) intimideerden
Konjunktiv
PresensDåtid
(dat ik) intimidere(dat ik) intimideerde
(dat jij) intimidere(dat jij) intimideerde
(dat hij) intimidere(dat hij) intimideerde
(dat wij) intimideren(dat wij) intimideerden
(dat jullie) intimideren(dat jullie) intimideerden
(dat gij) intimideret(dat gij) intimideerdet
(dat zij) intimideren(dat zij) intimideerden
Imperativ
Singular/PluralPlural
intimideerintimideert
Particip
Nuvarande participPerfektparticip
intimiderend, intimiderende(hebben) geïntimideerd

Användningsexempel

Maar ik had liever iets minder intimiderends gehad om op te rijden.
Ook intimideert Maduro zijn politieke tegenstanders en waarschuwde hij voor „een bloedbad” als hij de verkiezingen niet zou winnen.
Volgens de waarnemers zijn kiezers en stembureaumedewerkers op meerdere plaatsen geïntimideerd, is er geknoeid met stemformulieren en werd soms geweld gebruikt tegen journalisten.
Rusland valt steeds meer burgerdoelen aan om de Oekraïense bevolking te intimideren.

Översättningar

danska2forskrække
engelskaintimidate
engelska (fornengelska)afæran
esperantotimigi; timigadi
franskaredouter
färöiskaræða
lågskotskafrichten; fley
patwafraitn
portugisiskaamedrontar
rumänskasperia
saterfrisiskaouschräkke; ferfiere; ouskräkke
tyskaabschrecken; ängstigen; einschüchtern; verscheuchen