Synonymer: rond, omstreeks, om, rondom, tegen, aan
| Del av tal | unknown part of speech |
|---|
„Leugenaar!” schreeuwde de dwerg, om hem heen springend.
Overal om hem heen waren ruines.
De kliek om de Russische president heen lijkt te denken dat een alles‐of‐nietscampagne wellicht nog tot een overwinning kan leiden.
Hij keek om zich heen.
Zij voeren om het wrak heen.
Hij legde zijn arm om haar heen.