Synonymer: gedeelte, onderdeel, stuk, part
| Del av tal | common noun |
|---|
| Uttal | /del/ |
|---|
| Avstavning | deel |
|---|
| Genus | neutrum |
|---|
| Plural | delen |
|---|
| Diminutiv |
|---|
| Singular | Plural |
|---|
| deeltje | deeltjes |
De helft van het verdiende salaris zond ik naar huis en het grootste deel van de andere helft zette ik op de bank.
Natuurlijk wisten we toen slechts een deel van dit alles.
Ons succes hangt voor een groot deel af van de bruikbaarheid van de vliegtuigen die we meekrijgen.
Na weken van hevige regens dreigden grote delen van met name Noord‐Nederland onder te lopen.
Een deel van de staart ontbrak.