Synonymer: poen, doekoe, centen, pegels
| Del av tal | common noun |
|---|
| Uttal | /ɣɛlt/ |
|---|
| Avstavning | geld |
|---|
| Genus | neutrum |
|---|
| Genitiv | gelds |
|---|
| Plural | gelden |
|---|
| Diminutiv |
|---|
| Singular | Plural |
|---|
| geldje | geldjes |
Geld speelt geen rol!
Zij wilden geld verdienen, zonder er zich rekeningschap van te geven of zij hun taak gewetensvol vervulden.
Zou het geld dan toch op straat liggen?
Islamitische groepen proberen met geld arme christenen ertoe over te halen moslim te worden.
De directeur van het hotel betaalde op zijn verzoek de som gelds uit waar hij van meneer Gustarelli altijd om vragen kon, voor het geval dat hij dat opeens eens nodig had.
Waarom heeft je baas geld en jij niet?
Zij namen al ons geld mee en de kostbaarheden van de meisjes.
Maar geld is voor Trump nu belangrijker dan principes.