Sinonimi: failliet gaan, failleren, op de fles gaan, faiiliet gaan
| Parte del discorso | verb |
|---|
| Sillabazione | bank·roet gaan |
|---|
Sinds mei 2022 is het aantal bedrijven dat bankroet gaat elke maand groter dan in dezelfde periode een jaar eerder.
Argentinië ging in 2001 feitelijk bankroet.