Informazioni sulla parola deporteren (olandese → Esperanto: punekzili)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/depɔrˈteːrə(n)/
Sillabazionede·por·te·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) deporteer(ik) deporteerde
(jij) deporteert(jij) deporteerde
(hij) deporteert(hij) deporteerde
(wij) deporteren(wij) deporteerden
(jullie) deporteren(jullie) deporteerden
(gij) deporteert(gij) deporteerdet
(zij) deporteren(zij) deporteerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) deportere(dat ik) deporteerde
(dat jij) deportere(dat jij) deporteerde
(dat hij) deportere(dat hij) deporteerde
(dat wij) deporteren(dat wij) deporteerden
(dat jullie) deporteren(dat jullie) deporteerden
(dat gij) deporteret(dat gij) deporteerdet
(dat zij) deporteren(dat zij) deporteerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
deporteerdeporteert
Participi
Participio presenteParticipio passato
deporterend, deporterende(hebben) gedeporteerd

Traduzioni

esperantopunekzili
inglesedeport