Informazioni sulla parola moeder (olandese → Esperanto: patrino)

Sinonimi: ma, moer

Parte del discorsocommon noun
Pronuncia/ˈmudər/
Sillabazionemoe·der
Generefemminile
Pluralemoeders

Diminutivo
SingolarePlurale
moedertjemoedertjes

Esempi di utilizzo

Mijn moeder had zich nog niet in de discussie gemengd.
Rudolf woonde alleen met zijn moeder, die alles wat haar zoon deed goed vond.
Caelin wachtte op zijn moeder.
De vermissing van de man was gemeld door zijn moeder.
En wie waren de vader en de moeder van die jongen?
De moeder werd toen vreselijk woedend.
Als zijn moeder dat briefje had gezien, zou ze hem wie weet de hele zomer thuis hebben gehouden.

Traduzioni

afrikaansma; moeder
albaneseëmë; mëmë; nënë
basso‐tedescomoder; mo
catalanomare
cecomaminka; matka
creolo giamaicanomada; muma
danesemor
esperantopatrino
faroensemóðir
francesemère
frisone di SaterlandMääme; Muur
frisone occidentalemem
gaelico scozzesemàthair
gallesemam
grecoμητέρα; μάνα
hawaianomakuahine
inglesemother
inglese anticomodor
islandesemóðir
italianomadre
latinomater
lussemburgeseMamm
maleseibu; ibunda; emak; induk; ina
norvegesemor; mamma
papiamentomama
polacomatka
portoghesemãe
romenomamă
russoмать
scozzesemither
spagnolomadre
sranan tongomama; m’ma; ma
suahelimama
svedesemor
tailandeseแม่
tedescoMutter
turcoanne
ucrainoмама; мати
unghereseanya
yiddishמאַמע; מוטער