Informazioni sulla parola indelen (olandese → Esperanto: partigi)

Sinonimo: verdelen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ɪndelə(n)/
Sillabazionein·de·len

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) deel in(ik) deelde in
(jij) deelt in(jij) deelde in
(hij) deelt in(hij) deelde in
(wij) delen in(wij) deelden in
(jullie) delen in(jullie) deelden in
(gij) deelt in(gij) deeldet in
(zij) delen in(zij) deelden in
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) indele(dat ik) indeelde
(dat jij) indele(dat jij) indeelde
(dat hij) indele(dat hij) indeelde
(dat wij) indelen(dat wij) indeelden
(dat jullie) indelen(dat jullie) indeelden
(dat gij) indelet(dat gij) indeeldet
(dat zij) indelen(dat zij) indeelden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
deel indeelt in
Participi
Participio presenteParticipio passato
indelend, indelende(hebben) ingedeeld

Traduzioni

basso‐tedescoindeylen; vordeylen
danesefordele
esperantopartigi
francesediviser
inglese anticodælan; gedælan
lussemburgeseverdeelen
papiamentoparti
tedescoteilen; zerlegen