Informazioni sulla parola ridderen (olandese → Esperanto: ordeni)

Sinonimo: decoreren

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈrɪdərə(n)/
Sillabazionerid·de·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) ridder(ik) ridderde
(jij) riddert(jij) ridderde
(hij) riddert(hij) ridderde
(wij) ridderen(wij) ridderden
(jullie) ridderen(jullie) ridderden
(gij) riddert(gij) ridderdet
(zij) ridderen(zij) ridderden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) riddere(dat ik) ridderde
(dat jij) riddere(dat jij) ridderde
(dat hij) riddere(dat hij) ridderde
(dat wij) ridderen(dat wij) ridderden
(dat jullie) ridderen(dat jullie) ridderden
(dat gij) ridderet(dat gij) ridderdet
(dat zij) ridderen(dat zij) ridderden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
ridderriddert
Participi
Participio presenteParticipio passato
ridderend, ridderende(hebben) geridderd

Esempi di utilizzo

Hij werd in 1914 geridderd, was van 1925 tot 1930 voorzitter van de Royal Society en werd in 1931 in de adelstand verheven.

Traduzioni

afrikaansridder
esperantoordeni; dekoracii
francesedécorer
inglesedecorate