Informazioni sulla parola decoreren (olandese → Esperanto: ordeni)

Sinonimo: ridderen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/dekoːˈreːrə(n)/
Sillabazionede·co·re·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) decoreer(ik) decoreerde
(jij) decoreert(jij) decoreerde
(hij) decoreert(hij) decoreerde
(wij) decoreren(wij) decoreerden
(jullie) decoreren(jullie) decoreerden
(gij) decoreert(gij) decoreerdet
(zij) decoreren(zij) decoreerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) decorere(dat ik) decoreerde
(dat jij) decorere(dat jij) decoreerde
(dat hij) decorere(dat hij) decoreerde
(dat wij) decoreren(dat wij) decoreerden
(dat jullie) decoreren(dat jullie) decoreerden
(dat gij) decoreret(dat gij) decoreerdet
(dat zij) decoreren(dat zij) decoreerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
decoreerdecoreert
Participi
Participio presenteParticipio passato
decorerend, decorerende(hebben) gedecoreerd

Esempi di utilizzo

Ook Putins spaarzame bezoeken aan klinieken waar hij de getroffen militairen decoreert met medailles zijn niets meer dan een doekje voor het bloeden.

Traduzioni

afrikaansridder
esperantoordeni; dekoracii
francesedécorer
inglesedecorate