Informazioni sulla parola verroeren (olandese → Esperanto: movi)

Sinonimo: bewegen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vəˈruːrə(n)/
Sillabazionever·roe·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) verroer(ik) verroerde
(jij) verroert(jij) verroerde
(hij) verroert(hij) verroerde
(wij) verroeren(wij) verroerden
(jullie) verroeren(jullie) verroerden
(gij) verroert(gij) verroerdet
(zij) verroeren(zij) verroerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) verroere(dat ik) verroerde
(dat jij) verroere(dat jij) verroerde
(dat hij) verroere(dat hij) verroerde
(dat wij) verroeren(dat wij) verroerden
(dat jullie) verroeren(dat jullie) verroerden
(dat gij) verroeret(dat gij) verroerdet
(dat zij) verroeren(dat zij) verroerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
verroerverroert
Participi
Participio presenteParticipio passato
verroerend, verroerende(hebben) verroerd

Esempi di utilizzo

De jongeman bleef stil zitten omdat hij zich niet durfde te verroeren.

Traduzioni

catalanobellugar; moure
esperantomovi
faroenserøra; flyta
finlandeseliikuttaa
francesemouvoir; remuer
frisone di Saterlandbewäägje
frisone occidentalebewege; ferwege
inglesemove; stir
italianomuovere
latinomovere
lussemburgesebewegen
norvegesebevege
papiamentomove; muf
polacoruszać
portoghesemexer; mover
spagnolomover
tailandeseย้าย
tedescobewegen; erregen