Informazioni sulla parola detacheren (olandese → Esperanto: misii)

Sinonimo: uitzenden

Parte del discorsoverb
Pronuncia/detaˈsjerə(n)/
Sillabazionede·ta·che·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) detacheer(ik) detacheerde
(jij) detacheert(jij) detacheerde
(hij) detacheert(hij) detacheerde
(wij) detacheren(wij) detacheerden
(jullie) detacheren(jullie) detacheerden
(gij) detacheert(gij) detacheerdet
(zij) detacheren(zij) detacheerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) detachere(dat ik) detacheerde
(dat jij) detachere(dat jij) detacheerde
(dat hij) detachere(dat hij) detacheerde
(dat wij) detacheren(dat wij) detacheerden
(dat jullie) detacheren(dat jullie) detacheerden
(dat gij) detacheret(dat gij) detacheerdet
(dat zij) detacheren(dat zij) detacheerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
detacheerdetacheert
Participi
Participio presenteParticipio passato
detacherend, detacherende(hebben) gedetacheerd

Esempi di utilizzo

Met ingang van vandaag bent u gedetacheerd bij onze dienst.

Traduzioni

esperantomisii
francesedétacher