Informazioni sulla parola verwonderen (olandese → Esperanto: mirigi)

Sinonimi: bevreemden, verbazen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vərˈʋɔndərə(n)/
Sillabazionever·won·de·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) verwonder(ik) verwonderde
(jij) verwondert(jij) verwonderde
(hij) verwondert(hij) verwonderde
(wij) verwonderen(wij) verwonderden
(jullie) verwonderen(jullie) verwonderden
(gij) verwondert(gij) verwonderdet
(zij) verwonderen(zij) verwonderden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) verwondere(dat ik) verwonderde
(dat jij) verwondere(dat jij) verwonderde
(dat hij) verwondere(dat hij) verwonderde
(dat wij) verwonderen(dat wij) verwonderden
(dat jullie) verwonderen(dat jullie) verwonderden
(dat gij) verwonderet(dat gij) verwonderdet
(dat zij) verwonderen(dat zij) verwonderden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
verwonderverwondert
Participi
Participio presenteParticipio passato
verwonderend, verwonderende(hebben) verwonderd

Esempi di utilizzo

Het zal hem hoogstens verwonderen dat het wrakke geval nog zo ver gekomen is.
Je bezorgdheid verwondert me.

Traduzioni

esperantomirigi
franceseétonner
frisone di Saterlandferwunnerje
frisone occidentaleferbaze
ingleseastonish
italianosbalordire
polacozadziwiać
portogheseadmirar; atordoar; estontear
spagnoloadmirar; asombrar
svedeseförvåna
tedescoin Verwunderung setzen; verwundern