Informazioni sulla parola opentrekken (olandese → Esperanto: malŝtopi)

Sinonimi: openmaken, ontstoppen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈopə(n)trɛkə(n)/
Sillabazioneopen·trek·ken

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) trek open(ik) trok open
(jij) trekt open(jij) trok open
(hij) trekt open(hij) trok open
(wij) trekken open(wij) trokken open
(jullie) trekken open(jullie) trokken open
(gij) trekt open(gij) trokt open
(zij) trekken open(zij) trokken open
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) opentrekke(dat ik) opentrokke
(dat jij) opentrekke(dat jij) opentrokke
(dat hij) opentrekke(dat hij) opentrokke
(dat wij) opentrekken(dat wij) opentrokken
(dat jullie) opentrekken(dat jullie) opentrokken
(dat gij) opentrekket(dat gij) opentrokket
(dat zij) opentrekken(dat zij) opentrokken
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
trek opentrekt open
Participi
Participio presenteParticipio passato
opentrekkend, opentrekkende(hebben) opengetrokken

Traduzioni

esperantomalŝtopi
francesedéboucher
ingleseset abroach; clear
portoghesedesarrolhar; destampar; destapar