Informazioni sulla parola vertragen (olandese → Esperanto: malfruigi)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/vərˈtraɣə(n)/
Sillabazionever·tra·gen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) vertraag(ik) vertraagde
(jij) vertraagt(jij) vertraagde
(hij) vertraagt(hij) vertraagde
(wij) vertragen(wij) vertraagden
(jullie) vertragen(jullie) vertraagden
(gij) vertraagt(gij) vertraagdet
(zij) vertragen(zij) vertraagden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) vertrage(dat ik) vertraagde
(dat jij) vertrage(dat jij) vertraagde
(dat hij) vertrage(dat hij) vertraagde
(dat wij) vertragen(dat wij) vertraagden
(dat jullie) vertragen(dat jullie) vertraagden
(dat gij) vertraget(dat gij) vertraagdet
(dat zij) vertragen(dat zij) vertraagden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
vertraagvertraagt
Participi
Participio presenteParticipio passato
vertragend, vertragende(hebben) vertraagd

Traduzioni

afrikaansvertraag
esperantomalfruigi
ingleseretard
tedescohinausschieben; aufschieben; in die Ferne rücken