Informazioni sulla parola verlekkeren (olandese → Esperanto: allogi)

Sinonimi: aanlokken, bekoren, toelachen, trekken, aantrekken

Parte del discorsoverb

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) verlekker(ik) verlekkerde
(jij) verlekkert(jij) verlekkerde
(hij) verlekkert(hij) verlekkerde
(wij) verlekkeren(wij) verlekkerden
(jullie) verlekkeren(jullie) verlekkerden
(gij) verlekkert(gij) verlekkerdet
(zij) verlekkeren(zij) verlekkerden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) verlekkere(dat ik) verlekkerde
(dat jij) verlekkere(dat jij) verlekkerde
(dat hij) verlekkere(dat hij) verlekkerde
(dat wij) verlekkeren(dat wij) verlekkerden
(dat jullie) verlekkeren(dat jullie) verlekkerden
(dat gij) verlekkeret(dat gij) verlekkerdet
(dat zij) verlekkeren(dat zij) verlekkerden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
verlekkerverlekkert
Participi
Participio presenteParticipio passato
verlekkerend, verlekkerende(hebben) verlekkerd

Traduzioni

afrikaansaanlok; aantrek
catalanoatreure; cautivar; seduir
esperantoallogi
franceseallécher; solliciter; appâter; attirer
frisone occidentaleferlokje
ingleseattract; draw; appeal; allure; beckon; beguile
italianoattrarre
papiamentoatraé
romenoatrage
spagnoloatraer; cautivar; seducir
tailandeseต่อ
ungheresecsábít; vonz