Informazioni sulla parola bijmengen (olandese → Esperanto: aldoni)

Sinonimi: bijdoen, bijvoegen, toegeven, toevoegen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈbɛɪ̯mɛŋə(n)/
Sillabazionebij·men·gen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) meng bij(ik) mengde bij
(jij) mengt bij(jij) mengde bij
(hij) mengt bij(hij) mengde bij
(wij) mengen bij(wij) mengden bij
(jullie) mengen bij(jullie) mengden bij
(gij) mengt bij(gij) mengdet bij
(zij) mengen bij(zij) mengden bij
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) bijmenge(dat ik) bijmengde
(dat jij) bijmenge(dat jij) bijmengde
(dat hij) bijmenge(dat hij) bijmengde
(dat wij) bijmengen(dat wij) bijmengden
(dat jullie) bijmengen(dat jullie) bijmengden
(dat gij) bijmenget(dat gij) bijmengdet
(dat zij) bijmengen(dat zij) bijmengden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
meng bijmengt bij
Participi
Participio presenteParticipio passato
bijmengend, bijmengende(hebben) bijgemengd

Traduzioni

afrikaanstoevoeg; byvoeg
basso‐tedescobyvögen
catalanoafegir
danesetilføje
esperantoaldoni
faroenseleggja afturat
finlandeselisätä
franceseajouter; joindre; adjoindre
frisone di Saterlandaddierje; bietoureekenje
frisone occidentalebydwaan
ingleseadd; append
islandesebæta við
italianoaggiungere
latinoaccensere; accommodare; addere
papiamentoagregá; añadí
portogheseacrescentar; adicionar; ajuntar
romenoadăuga
spagnoloañadir
svedesebifoga
tailandeseเจือ; ใส่; ต่อ
tedescoaddieren; beifügen; zufügen; hinzutun; zugeben; anfügen; hinzufügen; beilegen; ergänzen; hinzusetzen
ungheresehozzáad