Informazioni sulla parola ridderen (olandese → Esperanto: kavalirigi)

Sinonimo: tot ridder slaan

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈrɪdərə(n)/
Sillabazionerid·de·ren

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) ridder(ik) ridderde
(jij) riddert(jij) ridderde
(hij) riddert(hij) ridderde
(wij) ridderen(wij) ridderden
(jullie) ridderen(jullie) ridderden
(gij) riddert(gij) ridderdet
(zij) ridderen(zij) ridderden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) riddere(dat ik) ridderde
(dat jij) riddere(dat jij) ridderde
(dat hij) riddere(dat hij) ridderde
(dat wij) ridderen(dat wij) ridderden
(dat jullie) ridderen(dat jullie) ridderden
(dat gij) ridderet(dat gij) ridderdet
(dat zij) ridderen(dat zij) ridderden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
ridderriddert
Participi
Participio presenteParticipio passato
ridderend, ridderende(hebben) geridderd

Traduzioni

esperantokavalirigi