Informazioni sulla parola bakkeleien (olandese → Esperanto: interbatali)

Sinonimi: met elkaar vechten, plukharen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/bɑkəˈlɛɪ̯jə(n)/
Sillabazionebak·ke·lei·en

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) bakkelei(ik) bakkeleide
(jij) bakkeleit(jij) bakkeleide
(hij) bakkeleit(hij) bakkeleide
(wij) bakkeleien(wij) bakkeleiden
(jullie) bakkeleien(jullie) bakkeleiden
(gij) bakkeleit(gij) bakkeleidet
(zij) bakkeleien(zij) bakkeleiden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) bakkeleie(dat ik) bakkeleide
(dat jij) bakkeleie(dat jij) bakkeleide
(dat hij) bakkeleie(dat hij) bakkeleide
(dat wij) bakkeleien(dat wij) bakkeleiden
(dat jullie) bakkeleien(dat jullie) bakkeleiden
(dat gij) bakkeleiet(dat gij) bakkeleidet
(dat zij) bakkeleien(dat zij) bakkeleiden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
bakkeleibakkeleit
Participi
Participio presenteParticipio passato
bakkeleiend, bakkeleiende(hebben) gebakkeleid

Esempi di utilizzo

Neen, keer, bakkeleit toch niet in mijn etablissement, anders zal ik de wacht moeten halen, ondanks uw hoge rang.

Traduzioni

esperantointerbatali
faroenseberjast
francesese battre; se bagarrer
inglesebe at loggerheads; tussle
italianocombattere; duellare; picchiarsi
portoghesebatalhar uns contra os outros
tedescomiteinander kämpfen