Informazioni sulla parola energie (olandese → Esperanto: energio)

Sinonimi: arbeidsvermogen, spirit, veerkracht, daadkracht

Parte del discorsocommon noun
Pronuncia/enərˈzji/, /enərˈɣi/
Sillabazioneener·gie
Generefemminile
Pluraleenergieën

Esempi di utilizzo

De volgende vraag was toen: welke kernreacties voorzien de zon van haar energie?
Dit is de energie die een voorwerp bezit doordat het zich op een bepaalde plaats bevindt.
Onze energie krijgen we van de zon.

Traduzioni

afrikaansenergie
albaneseenergji
basso‐tedescoenergy
catalanoenergia
daneseenergi
esperantoenergio
faroenseágrýtni; orka
franceseénergie
frisone di SaterlandEnergie; Kroasje
frisone occidentalearbeidsfermogen; enerzjy
ingleseenergy
lussemburgeseEnergie
norvegesekraft
papiamentoenergia
portogheseenergia
spagnoloenergía
svedeseenergi; ork
tedescoEnergie
turcogüç; kuvvet
unghereseenergia