Informazioni sulla parola tegemoetlopen (olandese → Esperanto: marŝi renkonte al)

Parte del discorsoverb
Pronuncia/təɣəˈmutlopə(n)/
Sillabazionete·ge·moet·lo·pen

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) loop tegemoet(ik) liep tegemoet
(jij) loopt tegemoet(jij) liep tegemoet
(hij) loopt tegemoet(hij) liep tegemoet
(wij) lopen tegemoet(wij) liepen tegemoet
(jullie) lopen tegemoet(jullie) liepen tegemoet
(gij) loopt tegemoet(gij) liept tegemoet
(zij) lopen tegemoet(zij) liepen tegemoet
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) tegemoetlope(dat ik) tegemoetliepe
(dat jij) tegemoetlope(dat jij) tegemoetliepe
(dat hij) tegemoetlope(dat hij) tegemoetliepe
(dat wij) tegemoetlopen(dat wij) tegemoetliepen
(dat jullie) tegemoetlopen(dat jullie) tegemoetliepen
(dat gij) tegemoetlopet(dat gij) tegemoetliepet
(dat zij) tegemoetlopen(dat zij) tegemoetliepen
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
loop tegemoetloopt tegemoet
Participi
Participio presenteParticipio passato
tegemoetlopend, tegemoetlopende(zijn) tegemoetgelopen

Esempi di utilizzo

Wij stonden op en liepen hem langs de rand van het meer tegemoet.

Traduzioni

esperantomarŝi renkonte al