Informazioni sulla parola aanvaarden (olandese → Esperanto: akcepti)

Sinonimi: accepteren, aannemen

Parte del discorsoverb
Pronuncia/anˈvaːrdə(n)/
Sillabazioneaan·vaar·den

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) aanvaard(ik) aanvaardde
(jij) aanvaardt(jij) aanvaardde
(hij) aanvaardt(hij) aanvaardde
(wij) aanvaarden(wij) aanvaardden
(jullie) aanvaarden(jullie) aanvaardden
(gij) aanvaardt(gij) aanvaarddet
(zij) aanvaarden(zij) aanvaardden
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) aanvaarde(dat ik) aanvaardde
(dat jij) aanvaarde(dat jij) aanvaardde
(dat hij) aanvaarde(dat hij) aanvaardde
(dat wij) aanvaarden(dat wij) aanvaardden
(dat jullie) aanvaarden(dat jullie) aanvaardden
(dat gij) aanvaardet(dat gij) aanvaarddet
(dat zij) aanvaarden(dat zij) aanvaardden
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
aanvaardaanvaardt
Participi
Participio presenteParticipio passato
aanvaardend, aanvaardende(hebben) aanvaard

Esempi di utilizzo

Aanvaardt ge mij als uw keizer, dan dient ge mijn beslissingen te aanvaarden.
Ze kunnen niet aanvaarden dat het leven hun zoiets kan aandoen.

Traduzioni

afrikaansaanváár; aanneem
esperantoakcepti
ingleseaccept
tedescoakzeptieren