Informazioni sulla parola optrekken (olandese → Esperanto: avanci)

Sinonimi: avanceren, overgaan, oprukken, promotie maken

Parte del discorsoverb
Pronuncia/ˈɔptrɛkə(n)/
Sillabazioneop·trek·ken

Coniugazione

Modo indicativo
PresentePassato
(ik) trek op(ik) trok op
(jij) trekt op(jij) trok op
(hij) trekt op(hij) trok op
(wij) trekken op(wij) trokken op
(jullie) trekken op(jullie) trokken op
(gij) trekt op(gij) trokt op
(zij) trekken op(zij) trokken op
Modo congiuntivo
PresentePassato
(dat ik) optrekke(dat ik) optrokke
(dat jij) optrekke(dat jij) optrokke
(dat hij) optrekke(dat hij) optrokke
(dat wij) optrekken(dat wij) optrokken
(dat jullie) optrekken(dat jullie) optrokken
(dat gij) optrekket(dat gij) optrokket
(dat zij) optrekken(dat zij) optrokken
Modo imperativo
Singolare/PluralePlurale
trek optrekt op
Participi
Participio presenteParticipio passato
optrekkend, optrekkende(zijn) opgetrokken

Esempi di utilizzo

Trek met uw gehele strijdmacht tegen Conan op.
De rebellen willen direct optrekken naar Ḥimṣ, de derde stad van het land.

Traduzioni

esperantoavanci
franceseavancer; avoir de l’avancement
ingleseadvance; be promoted
portogheseavançar
spagnoloascender; subir en categoría; avanzar
tedescovorrücken; avancieren; befördert werden; aufrücken; vorankommen; Fortschritte machen